Overzicht / BELGISCHE CATEGORIE B
AanmeldenAccount aanmaken
Gecontroleerd 2026-11-03

Verkeerswetbibliotheek

Borden en wegmarkeringen →

Lokale momentopname van het gepubliceerde huidige verkeersreglement, niet alle Belgische wetgeving. De originele Franse/Nederlandse tekst blijft behouden. Leerteksten in de studietalen zijn geen beëdigde vertalingen.

2027

De vervangende federale/gewestelijke codes zijn aangekondigd voor 1 juni 2027. Ze staan apart en gelden niet als huidige regels in deze vragen.

Regelgevende bron ↗ · Volledig artikel lezen ↗
← Verkeerswetbibliotheek

Artikel 19

Artikel 19. Richtingsverandering

19.1. De bestuurder die naar rechts of naar links wil afslaan om de rijbaan te verlaten of die zijn voertuig langs de linkerkant van een rijbaan met éénrichtingsverkeer wil opstellen, moet zich vooraf ervan vergewissen dat hij dit kan doen zonder gevaar voor de andere weggebruikers, vooral rekening houdend met de vertragingsmogelijkheden van de achterliggers;

19.2. De bestuurder die naar rechts afslaat moet :

1° zijn voornemen tijdig genoeg kenbaar maken door middel van de rechter richtingsaanwijzer wanneer het voertuig daarvan voorzien is of, zoniet en indien mogelijk, door een teken met de arm.

Deze aanduiding moet ophouden zodra de beweging uitgevoerd is;

Het oprijden van een rotonde wordt beschouwd als een richtingsverandering waarbij de richtingaanwijzers niet moeten gebruikt worden.

Het verlaten van een rotonde is een richtingsverandering waarbij de richtingaanwijzers wel gebruikt moeten worden.

2° zo dicht mogelijk bij de rechterrand van de rijbaan blijven.

De bestuurder mag zich evenwel naar links begeven wanneer hij wegens de plaatsgesteldheid en de afmetingen van het voertuig of de lading niet bij de rechterrand van de rijbaan kan blijven.

In dat geval moet hij zich vooraf ervan vergewissen dat geen achterligger reeds begonnen is in te halen, bovendien mag hij de andere bestuurders die op normale wijze rijden op de openbare weg die hij gaat verlaten, niet in gevaar brengen.

3° de beweging met matige snelheid uitvoeren;

4° de beweging zo kort mogelijk uitvoeren, behalve in de gevallen dat het verkeer op de ingeslagen rijbaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 9.4. en 9.5. geschiedt.

19.3. De bestuurder die naar links afslaat moet :

1° zijn voornemen tijdig genoeg kenbaar maken door middel van de linker richtingsaanwijzer wanneer het voertuig daarvan voorzien is of, zoniet en indien mogelijk, door een teken met de arm.

Deze aanduiding moet ophouden zodra de beweging uitgevoerd is;

2° a) op een rijbaan met tweerichtingsverkeer, zich naar links begeven zonder de tegenliggers te hinderen;

b) op een rijbaan met éénrichtingsverkeer, zo dicht mogelijk bij de linkerrand ervan blijven.

3° voorrang verlenen aan de tegenliggers op de rijbaan die hij gaat verlaten;

4° de beweging met matige snelheid uitvoeren;

5° op de kruispunten de beweging zo ruim mogelijk uitvoeren zodat hij de ingeslagen rijbaan rechts oprijdt, behalve in de gevallen dat het verkeer op die rijbaan geschiedt overeenkomstig de bepalingen van artikel 9.4. en 9.5.

19.4. De bestuurder die van richting verandert moet voorrang verlenen aan de bestuurders en aan de voetgangers die de andere delen van dezelfde openbare weg volgen.

19.5. De bestuurder die van richting verandert moet voorrang verlenen aan de voetgangers die de rijbaan oversteken die hij gaat oprijden.

19.6. Geschiedt het verkeer overeenkomstig de bepalingen van artikel 9.4. en 9.5., dan mag de bestuurder slechts rechts afslaan indien hij zich in de rechterstrook of file bevindt, en links indien hij zich in de linkerstrook of file bevindt.

Regelgevende bron ↗