AanmeldenAccount aanmaken
← Les
Verdiepende theorielessen

Groen, oranjegeel en ruimte na het kruispunt

Redeneer vanuit de voorwaarden, niet vanuit een onthouden antwoord. Lees, kies en open daarna de uitleg. De tekening illustreert; de geschreven voorwaarden bepalen de vraag.

1

Controleer bij groen of er na het kruispunt plaats is voor jouw voertuig. Groen laat doorrijden onder de overige regels toe, niet het blokkeren van het kruispunt.

2

Stop bij vast oranjegeel vóór de streep als dat veilig kan. De uitzondering geldt wanneer je bij het aanspringen te dicht bent om veilig te stoppen; ze is geen algemene toelating om te versnellen.

3

Knipperend oranjegeel vraagt extra voorzichtigheid en geeft zelf geen voorrang. Pas de borden van het kruispunt toe. STOP blijft volledig stoppen verplichten, ook als je geen verkeer ziet.

Pas de les toe · 3

Vraag 1 · Gevorderde situaties

Je licht is groen. De file na het kruispunt laat minder plaats dan jouw auto nodig heeft. Als je oprijdt, moet je waarschijnlijk op het kruispunt stoppen. Wat doe je?

Groen licht met file na het kruispunt
Groen licht met file na het kruispuntBlauwe auto: jij. Gele auto: ander verkeer. Niet op schaal; de beschreven voorwaarden zijn bepalend.
  1. Ik wacht vóór het oprijden tot er voldoende uitrijruimte is.
  2. Ik rijd op en wacht op het kruispunt omdat groen toegang geeft.
  3. Ik rijd op als ik het zebrapad achter mij kan vrijhouden.
Toon antwoord en uitleg

Juist antwoord: A

De beschikbare uitrijruimte is beslissend. Groen laat niet toe op te rijden als je waarschijnlijk het kruispunt blokkeert. Alleen het zebrapad vrijlaten volstaat niet als jouw auto het kruispunt blijft hinderen.

Oefenvragen →

Vraag 2 · Gevorderde situaties

Het licht wordt vast oranjegeel vóór je de stopstreep bereikt. Je hebt genoeg afstand om rustig en veilig te stoppen. Wat moet je doen?

Vast oranjegeel vóór de stopstreep
Vast oranjegeel vóór de stopstreepBlauwe auto: jij. Gele auto: ander verkeer. Niet op schaal; de beschreven voorwaarden zijn bepalend.
  1. Ik rijd door als ik vóór rood over de streep kan zijn.
  2. Ik houd mijn snelheid omdat remmen nog niet dringend is.
  3. Ik stop vóór de stopstreep.
Toon antwoord en uitleg

Juist antwoord: C

De uitzondering voor onveilig stoppen geldt niet: veilig stoppen is uitdrukkelijk mogelijk. Nog vóór rood voorbij zijn is niet het criterium. Stop geleidelijk vóór de streep.

Oefenvragen →

Vraag 3 · Gevorderde situaties

De kruispuntlichten knipperen oranjegeel. Voor jouw richting geldt STOP. Je hebt vrij zicht en ziet geen verkeer. Wat moet je doen?

Knipperend oranjegeel met STOP
Knipperend oranjegeel met STOPBlauwe auto: jij. Gele auto: ander verkeer. Niet op schaal; de beschreven voorwaarden zijn bepalend.
  1. Ik vertraag zonder te stoppen omdat knipperend oranjegeel STOP vervangt.
  2. Ik stop volledig op de voorgeschreven plaats en verleen daarna zo nodig voorrang.
  3. Ik stop alleen als vóór het kruispunt verkeer verschijnt.
Toon antwoord en uitleg

Juist antwoord: B

Knipperend oranjegeel schort STOP niet op. STOP vraagt volledige stilstand, anders dan alleen zo nodig voorrang verlenen. Vrij zicht heft de stopverplichting niet op.

Oefenvragen →