AanmeldenAccount aanmaken
← Les
Verdiepende theorielessen

Ritsen of de autosnelweg oprijden?

Redeneer vanuit de voorwaarden, niet vanuit een onthouden antwoord. Lees, kies en open daarna de uitleg. De tekening illustreert; de geschreven voorwaarden bepalen de vraag.

1

Bepaal eerst de wegsituatie. Een wegvallende rijstrook bij sterk vertraagd verkeer verschilt van een invoegstrook naar een autosnelweg. Vergelijkbare tekeningen kunnen dus een andere beslissing vragen.

2

Bij ritsen in sterk vertraagd verkeer gebruik je de rijstroken tot vlak vóór de versmalling en voeg je beurtelings één voertuig in. Een richtingaanwijzer meldt je bedoeling, maar maakt een plots manoeuvre niet veilig.

3

Bij het oprijden van de autosnelweg verleen je voorrang aan wie er al rijdt, ook bij traag verkeer. Pas snelheid aan en zoek een veilige opening; anderen mogen helpen maar hoeven niet naar links uit te wijken.

Pas de les toe · 3

Vraag 1 · Gevorderde situaties

Werken sluiten de LINKERrijstrook. Beide stroken rijden stapvoets. Je rijdt rechts vlak vóór de versmalling. Je voorligger liet één auto invoegen. Wat doe jij?

Twee trage files vóór een afgesloten linkerstrook
Twee trage files vóór een afgesloten linkerstrookBlauwe auto: jij. Gele auto: ander verkeer. Niet op schaal; de beschreven voorwaarden zijn bepalend.
  1. Rijd door zonder iemand toe te laten: je voorligger heeft al iemand doorgelaten.
  2. Laat één auto uit de wegvallende strook invoegen en rijd daarna zelf verder.
  3. Laat eerst de volledige linkerrij passeren.
Toon antwoord en uitleg

Juist antwoord: B

Elke bestuurder op de vrije strook laat vlak vóór de versmalling één voertuig invoegen. De beurt van je voorligger vervangt die van jou niet. De hele file doorlaten is niet beurtelings ritsen.

Oefenvragen →

Vraag 2 · Gevorderde situaties

Je rijdt op een invoegstrook naar de autosnelweg. Het verkeer op de autosnelweg is sterk vertraagd en jouw strook eindigt. Wie verleent voorrang?

Invoegstrook naast autosnelwegverkeer
Invoegstrook naast autosnelwegverkeerBlauwe auto: jij. Gele auto: ander verkeer. Niet op schaal; de beschreven voorwaarden zijn bepalend.
  1. De bestuurder op de autosnelweg moet mij volgens de ritsregel toelaten.
  2. De bestuurder op de autosnelweg moet voor mij naar links gaan.
  3. Ik verleen voorrang aan het verkeer op de autosnelweg en voeg alleen veilig in.
Toon antwoord en uitleg

Juist antwoord: C

Op een oprit blijft voorrang verlenen gelden, ook in de file. Iemand kan hoffelijk ruimte maken, maar hier ontstaat geen ritsverplichting of verplichting om naar links te gaan.

Oefenvragen →

Vraag 3 · Gevorderde situaties

Jouw linkerstrook eindigt verderop. Het verkeer rijdt vlot zonder file. Naast je rijdt een auto op de doorgaande strook. Wat is juist?

Auto’s naast elkaar vóór het einde van de linkerstrook
Auto’s naast elkaar vóór het einde van de linkerstrookBlauwe auto: jij. Gele auto: ander verkeer. Niet op schaal; de beschreven voorwaarden zijn bepalend.
  1. Ik pas mijn snelheid aan, geef richting aan en wissel pas wanneer ik veilig voorrang kan verlenen.
  2. Ik houd mijn snelheid en verwacht dat de auto naast mij beurtelings invoegen toelaat.
  3. Ik geef richting aan en begin op te schuiven zodat de ander weet dat hij moet remmen.
Toon antwoord en uitleg

Juist antwoord: A

De voorwaarde van sterk vertraagd verkeer voor ritsen ontbreekt. Van strook veranderen is een manoeuvre: richting aangeven geeft geen voorrang. Zoek een veilige opening in plaats van remmen af te dwingen.

Oefenvragen →