AanmeldenAccount aanmaken
← Les
Verdiepende theorielessen

Fietsers: afslaan, inhalen en oversteken

Redeneer vanuit de voorwaarden, niet vanuit een onthouden antwoord. Lees, kies en open daarna de uitleg. De tekening illustreert; de geschreven voorwaarden bepalen de vraag.

1

Controleer vóór het kruisen van een fietspad de weg, spiegels en dode hoek. Een rechtdoorgaande fietser op dezelfde weg kan jouw afslag kruisen, ook bij groen voor jou.

2

Bij het inhalen van een fietser houd je minstens 1 m zijdelingse afstand binnen en 1,5 m buiten de bebouwde kom. Dat zijn minima, geen garantie dat elke inhaalactie op die afstand veilig is.

3

Onderscheid iemand die over het zebrapad fietst van iemand die naast de fiets loopt. Die laatste is een voetganger. Houd ongeacht de voorrang rekening met oversteken en vermijd gevaar.

Pas de les toe · 3

Vraag 1 · Gevorderde situaties

Je slaat rechtsaf over een gemarkeerd fietspad. Een fietser daarop rijdt in dezelfde richting rechtdoor. Beiden hebben groen, zonder afzonderlijke conflictvrije afslagpijl. Wat doe je?

Rechtsafslaande auto en doorgaande fietser
Rechtsafslaande auto en doorgaande fietserBlauwe auto: jij. Gele auto: ander verkeer. Niet op schaal; de beschreven voorwaarden zijn bepalend.
  1. Ik sla eerst af omdat mijn groene licht rechts afslaan toestaat.
  2. Ik sla eerst af als ik richting aangaf voordat de fietser mijn achterwiel bereikte.
  3. Ik laat de fietser voorgaan voordat ik het fietspad kruis.
Toon antwoord en uitleg

Juist antwoord: C

Groen laat rijden toe maar heft de voorrangsplicht bij het kruisen van het fietspad niet op. Tijdig aangeven waarschuwt, maar neemt de voorrang van de fietser niet weg. Controleer de dode hoek en wacht vóór het pad.

Oefenvragen →

Vraag 2 · Gevorderde situaties

Buiten de bebouwde kom kun je bij inhalen nu slechts 1,2 m naast een fietser laten. Een tegenligger verhindert meer ruimte. Wat doe je?

1,2 m inhaalruimte en een tegenligger
1,2 m inhaalruimte en een tegenliggerBlauwe auto: jij. Gele auto: ander verkeer. Niet op schaal; de beschreven voorwaarden zijn bepalend.
  1. Ik haal langzaam in: 1,2 m is meer dan het minimum van 1 m.
  2. Ik blijf achter tot ik veilig met minstens 1,5 m zijafstand kan inhalen.
  3. Ik haal nu in als de fietser recht blijft rijden.
Toon antwoord en uitleg

Juist antwoord: B

De plaats verandert het minimum: buiten de bebouwde kom is dat 1,5 m, dus 1,2 m volstaat niet. Vertragen of op recht rijden vertrouwen vervangt die ruimte niet. Wacht met voldoende volgafstand.

Oefenvragen →

Vraag 3 · Gevorderde situaties

Bij een gewoon zebrapad stapt iemand af en loopt naast de fiets, duidelijk van plan over te steken. Geen lichten of tramsporen. Hoe behandel je deze persoon?

Persoon met fiets aan de hand bij een zebrapad
Persoon met fiets aan de hand bij een zebrapadBlauwe auto: jij. Gele auto: ander verkeer. Niet op schaal; de beschreven voorwaarden zijn bepalend.
  1. Als fietser die moet wachten omdat er een fiets is.
  2. Als voetganger die wil oversteken: ik verleen voorrang.
  3. Pas als voetganger zodra de fiets volledig op het zebrapad staat.
Toon antwoord en uitleg

Juist antwoord: B

Wie naast de fiets loopt, is voetganger. Bij dit gewone zebrapad verleen je voorrang bij duidelijke oversteekintentie; de fiets hoeft niet eerst volledig op de rijbaan te staan. Al fietsend oversteken is een andere situatie.

Oefenvragen →